Over arm en rijk in Cairo

Na het schrijven van mijn eerste column voor Puntuit kreeg ik een reactie (of een verwijt?) over het feit dat ik in een rijke buurt van Cairo woon, namelijk Zamalek. Volgens deze persoon zou ik op deze manier niets zien van het leven van gewone Egyptenaren. Voor de mensen die Cairo niet kennen: Zamalek is een van de duurste wijken van Cairo, gelegen op een eiland in de Nijl. Het verwijt is deels terecht, aangezien in deze buurt vooral rijke Egyptenaren en expats (buitenlanders die in Egypte werken) wonen, volgens Wikipedia wonen er zo’n 420.000 mensen. Ongeveer 40 procent van de Egyptische bevolking leeft onder de armoedegrens, dat geeft wel aan dat er, zeker in verhouding, niet heel veel rijke Egyptenaren zijn. Zamalek is dus een heel klein deel van een arm land met meer dan 80 miljoen inwoners.

Gelukkig is het eiland door middel van drie bruggen aan beide oevers van de Nijl verbonden met het ‘echte’ Egypte, zodat bewoners de keus hebben om ook de andere kant van Egypte te ontdekken. Er zijn uiteraard genoeg rijke mensen die zich afsluiten voor de buitenwereld en ervoor kiezen om in hun luxe buurt te blijven of zich in het uiterste geval door hun chauffeur naar de mooie plekken buiten Zamalek te laten rijden.

Onze buurjongen is zo iemand. Hani is 15 jaar oud en de zoon van een rijke componist en muziekproducent die zijn vermogen vooral te danken heeft aan zijn goede contacten met het regime van de vorige president, Hosni Mubarak. Hani wordt elke morgen door een schoolbus van een dure internationale school opgehaald en ‘s middags weer netjes thuis afgezet. Zijn vrije tijd brengt hij vaak door in City Stars, een enorm winkelcentrum in de buurt van het vliegveld, waar hij door de chauffeur van de familie naartoe wordt gebracht. Nadat ik een keer vertelde dat ik die middag langs de Nijl naar het Tahrirplein bij het centrum was gelopen, een wandeling van hooguit 20 minuten, reageerde hij verbaasd: “Heb je dat hele stuk gelopen?! Dat is toch vreselijk ver?” Hij kon zich niet herinneren dat hij ooit lopend naar Tahrir was gegaan. “Waarom zou ik? Ik heb toch een chauffeur?”

In de talloze hippe coffeeshops op Zamalek vind je veel jongeren zoals Hani. Ze gaan allemaal naar internationale scholen, omdat het onderwijs op gewone openbare scholen erg slecht is, wonen in de rijkere buurten van de stad of in nieuwe satellietsteden buiten Cairo, en drinken koffie die zo’n zes keer duurder is dan bij andere cafés.

De realiteit van mensen uit Hani’s klasse staat mijlenver af van de ‘gewone’ Egyptenaar, die hoogst waarschijnlijk geen werk heeft omdat het toerisme met ongeveer 80 procent gedaald is na de revolutie. Zo leeft Hani in een totaal andere wereld dan Ahmed. Ahmed is een glasblazer die zijn werkplaats heeft in de Dodenstad, een door arme mensen bewoonde begraafplaats waar volgens sommige schattingen ruim een half miljoen mensen wonen. De wijk is ontstaan na de aanleg van de stuwdam in de Nijl bij Aswan in de tijd van president Nasser (halverwege de jaren zestig). Veel mensen moesten toen gedwongen hun huizen verlaten om plaats te maken voor het stuwmeer. Na de zware aardbeving van 1992 zijn er nog meer Egyptenaren noodgedwongen naar de begraafplaats verhuisd. Inmiddels zijn er in de wijk scholen en winkels en zelfs een politiebureau opgericht. Hoewel Ahmed niet alleen afhankelijk is van toeristen omdat zijn producten ook in Europa verkocht worden, heeft ook hij het erg zwaar. Door de economische problemen hebben zijn twee zoons geen werk. Met zijn kleine inkomen onderhoudt hij dus drie gezinnen, een veelvoorkomend probleem in Egypte.

Ondanks dat ik in een rijke buurt woon probeer ik mijn ogen niet te sluiten voor de problemen in andere delen van de stad. De verschillen in Egypte zijn ontzettend groot, en daar kun je je niet voor verstoppen. Dat veel rijke Egyptenaren zich totaal niet bekommeren om het lot van hun landgenoten is natuurlijk een schande. Zelfs nu veel arme mensen in opstand zijn gekomen tegen de corruptie en armoede, maakt een groot gedeelte van de upperclass zich alleen druk om het behouden van de macht en het geld.

Dit artikel is eerder gepubliceerd in Puntuit, de jongerenpagina van het Reformatorisch Dagblad.

Advertisements