Juich nieuwe regering in Egypte niet toe

Veel mensen waren zeer gelukkig met het afzetten van de Egyptische president Morsi, lid van de Moslim Broederschap, door het leger op 3 juli. Na een handtekeningenactie en daaropvolgende massademonstraties kon de minister van defensie, generaal Abdel Fatah al-Sisi, niets anders dan Morsi door middel van een populaire coup d’etat afzetten.

Veel westerse regeringen zijn echter een stuk minder enthousiast. Zeker nadat leger en politie op 14 augustus de sit-in van de Moslimbroeders met excessief geweld uiteensloegen is de steun voor de nieuwe regering snel verdwenen. De Nederlandse regering heeft de hulp aan Egypte stopgezet, de export van militair materieel naar Egypte is verboden. Ik lees de laatste dagen steeds vaker artikelen van verontwaardigde columnisten (onder anderen Afshin Ellian), die vinden dat minister van buitenlandse zaken Frans Timmermans de nieuwe regering het voordeel van de twijfel moet geven. Waarom steunde Timmermans Morsi’s regering wel en de huidige ‘liberale’ regering onder aanvoering van hoogste rechter Adly Mansour niet? zo vragen zij zich af. Het antwoord zou moeten luiden: omdat deze regering voorlopig geen haar beter is dan de vorige.

Laat ik duidelijk zijn: ik ben geen fan van Morsi en zijn Moslim Broederschap. Sterker nog, in de hoop op positieve verandering was ik zelfs voor de zo spoedig mogelijke verdrijving van zijn regime. De weg die de nieuwe regering ingeslagen is, zal om een aantal redenen echter niet leiden tot deze vooruitgang. Ten eerste: door de demonstraties van voorstanders van Morsi met zeer veel geweld neer te slaan, heeft het regime aangetoond dat bevordering van mensenrechten ergens onderaan de lijst van prioriteiten staat (zie onder anderen dit rapport van Human Rights Watch). De van de Verenigde Staten gekopieerde ‘war on terror’ leidt slechts tot diepere polarisatie en geweld in plaats van verzoening en gerechtigheid.

Ten tweede: tot nu toe hebben de Egyptische regering en haar veiligheidsdiensten slechts lippendienst bewezen aan de beveiliging van christenen, hun kerken, instituties, winkels en huizen. Op 14 augustus vielen voorstanders van de afgezette president tientallen kerken en andere christelijke eigendommen aan. Hoewel de Egyptische regering deze aanvallen heeft veroordeeld, heeft men geen enkele actie ondernomen om de christenen beter te beschermen. In plaats daarvan gebruikt de regering deze aanvallen als excuus om honderden Moslimbroeders en andere mannen met baarden op te pakken in het kader van de ‘war on terror’. De daadwerkelijke daders lopen in veel gevallen nog vrij rond. (Deze manier van ‘divide and rule’, alsmede geweld tegen christenen is het Egyptische regime niet vreemd. Herinnert u zich het bloedbad bij Maspero nog?)

De derde reden heeft te maken met wat Egypte nu te wachten staat. Daarvoor moeten we even terug naar eind vorig jaar, toen de Moslim Broederschap een gedrocht van een grondwet met veel haast en zonder al te veel overleg door de daarvoor bestemde commissie ramde. Met consensus en democratie had het weinig te maken. Die grondwet en de daaropvolgende decreten van Morsi zorgden voor enorme demonstraties tegen zijn bewind. Die grondwet, een aangepaste versie van de constitutie van 1971, wordt nu gebruikt als de basis voor de nieuwe grondwet, die moet leiden tot een democratisch Egypte. In dit artikel van Ziad Ali wordt goed uitgelegd waarom dit een heel slecht idee is, en dit stuk van Bassem Sabry geeft een overzicht van de veranderingen en overeenkomsten ten opzichte van de vorige grondwet.

Ik denk dat we kunnen stellen dat Egypte niet op de goede weg is. Niet als het gaat om het tegengaan van polarisatie. Het beschermen van minderheden, een van de redenen waarom Joël Voordewind deze regering juist wil steunen, is voor deze regering ook geen prioriteit. En op verbetering van mensenrechten en versterking van de rechtsstaat door de nieuwe grondwet hoeft men al helemaal niet te rekenen. Westerse regeringen moeten dus druk uit blijven oefenen op de huidige (militaire) machthebbers, om het regime te dwingen tot grootschalige hervormingen. Het zonder omhaal accepteren van de routekaart zal de situatie in Egypte slechts verergeren.

In een eerdere versie schreef ik dat Maja Mischke in haar column net als Afshin Ellian schreef dat de huidige regering het voordeel van de twijfel moet krijgen. Zij bekritiseerde slechts het feit dat Frans Timmermans de regering van Morsi steunde.

Alsof ‘niet in staat zijn tot zelfbestuur’ een argument voor bezetting is

De titel van deze blogpost is een, enigszins gechargeerde, parodie op dit artikel van Dirk-Jan van Baar in de Volkskrant van 8 augustus, getiteld ‘Alsof Palestijnen zonder nederzettingen ineens tot fatsoenlijk zelfbestuur in staat zijn’. Zijn pennenvrucht verleidde mij tot het schrijven van een nieuwe post, na maanden van ‘inactiviteit’.

Dirk-Jan van Baar, historicus, pleit in zijn artikel voor ‘Een Ander Europees Geluid over het Midden-Oosten’. In het kort: Europa moet minder kritisch staan tegenover Joodse kolonisten op de Westelijke Jordaanoever/Judea en Samaria/Palestina (doorhalen wat volgens u als lezer niet van toepassing is) en meer oog krijgen voor de ‘veiligheidsdilemma’s van Israël’ en de positie van christenen in het Midden-Oosten. Van Baar richt zich in zijn artikel voornamelijk op het eerste en tweede deel van het ‘andere geluid’ en gaat pas in aan het eind van zijn betoog in op de positie van christenen.

Van Baar is duidelijk onder de indruk van de bijna onmenselijke (economische) prestaties die kolonisten leveren, terwijl zij door bijna iedereen gehaat en uitgekotst worden. Dat alleen al verdient sympathie. De historicus vergeet hierbij te vermelden dat de kolonisten door de Israëlische regering allerminst uitgekotst danwel tegengewerkt worden. De huizen in nederzettingen zijn niet voor niets goedkoper dan woningen buiten de Westelijke Jordaanoever. B’Tselem schrijft:

“The Israeli governments have implemented a consistent and systematic policy intended to encourage Jewish citizens to migrate to the West Bank. One of the tools used to this end is to grant financial benefits and incentives to citizens – both directly and through the Jewish local authorities. The purpose of this support is to raise the standard of living of these citizens and to encourage migration to the West Bank.”

Een aantal dagen geleden nam het Israëlische kabinet een nieuwe ‘map of national priority areas’ aan, met daarop extra nederzettingen. Veel Israëli’s zijn de kolonisten wellicht liever kwijt dan rijk, hulpeloos en zielig zijn zij absoluut niet.

Daarnaast is er natuurlijk nog het punt dat de groeiende nederzettingen het stichten van een Palestijnse staat steeds lastiger maakt. Iets wat door Van Baar slechts terloops genoemd wordt, en blijkbaar onbelangrijk is voor een duurzame oplossing van het conflict. Misschien heeft dat te maken met Van Baars stelling dat het ontstaan van de nederzettingen en de politiek die daarbij hoort uiteindelijk de schuld is van de Palestijnen zelf. Zij hebben zich namelijk altijd verzet tegen deze expansie buiten de grenzen van voor 1967, en hebben elke vreedzame oplossing van het conflict verworpen. Alsof het uitblijven van een vredesovereenkomst een argument is om dan maar zoveel mogelijk land te koloniseren, voor het te laat is. (Ik ga hier maar even voorbij aan het feit dat in het verleden van beide kanten vredesvoorstellen gedaan zijn. Ook het punt dat deze nederzettingen natuurlijk niet op zichzelf staan maar in stand gehouden moeten worden door een netwerk van ‘Jews only’ wegen, checkpoints, zogenaamde pricetag-aanvallen, etc. zal ik niet noemen.)

Op een punt ben ik het met de auteur eens. Natuurlijk breekt de vrede in de moslimwereld niet zomaar uit als er geen Joodse nederzettingen meer zijn. Er zijn ‘experts’ die stellen dat de oplossing van het Israëlisch-Palestijns conflict de sleutel is tot vrede in het gehele Midden-Oosten (‘the road to Jerusalem runs through Baghdad/Tehran/etc’). Deze koppeling gaat uit van de aanname dat alle conflicten in het Midden-Oosten verbonden zijn met het bestaan van Israël en het conflict tussen Joden en Palestijnen. Dat is uiteraard grote onzin. Echter, dit lijkt mij geen argument om de kolonisten en de Israëlische regering hun goddelijke gang te laten gaan met de garantie dat op deze manier Palestijns zelfbestuur nooit gerealiseerd zal worden.

Een laatste punt: fijn dat Van Baar zich zorgen maakt over de positie van christenen in het Midden-Oosten. Dat zouden meer mensen moeten doen. Jammer dat hij vergeet te vermelden dat er nog altijd ruim 200.000 Palestijnse christenen op de Westelijke Jordaanoever wonen. Ik begrijp dan ook niet wat Van Baar bedoelt met de zin ‘Alsof Joden (en christenen) niets meer te zoeken hebben op de Westelijke Jordaanoever (voor hedendaagse Europeanen is dit moslimgebied), terwijl hier toch hun heilige plaatsen liggen.’ Wellicht verbindt hij het lot van de Joodse kolonisten toch aan dat van christenen?